Om 12.30 uur werden de congresgangers verwelkomd in de lobby van Hotel de Ville in Groningen. Na weerzien en nieuwe ontmoetingen vertrokken de deelnemers per bus naar het Trefcentrum in Bedum.
Daar werd het gezelschap voorbereid op Excursies door het Hogeland, voor velen een eerste kennismaking. Ervaren Groninger Verbondsleden traden hierbij als gidsen op. Ze kregen twee groepen onder hun hoede.
De eerste groep bracht een bezoek aan de recent fraai gerestaureerde Menkemaborg in Uithuizen. Ook de tuin maakte veel indruk. Bij de hierna volgende rondrit werd een bezoek gebracht aan de kerk van Zeerijp, waar de deelnemers konden genieten van kunst en spel. Het vierkoppige Monnikentrio bracht zang uit vervlogen tijden, Ellen Kosters droeg de sage Riepster licht voor en ook organist Eeuwe Zijlstra riep oude sferen op.
De tweede groep bezocht het Openluchtmuseum in Warffum, eigenlijk een geconserveerd en gerestaureerd deel van het oude dorp.
Om 17.00 was het gezelschap weer verenigd in het Trefcentrum dat tijdens borrel en diner zijn naam alle eer aan kon doen.
Het Rederijkersjuweel dat hierop volgde was deze keer als avondprogramma opgezet.
Er waren drie toneelopvoeringen, waar tussendoor het Rad van Poëzie draaide.
Nina Werkman presenteerde twee dichtcycli waarbij Rederijkers uit Noord en Zuid een bestaand gedicht voordroegen dat door het kleurrijke rad was bepaald. Het was daardoor poëtisch, maar ook fortuinlijk en gevarieerd.
Het gezelschap kwam al weer vroeg samen in het Der Aa Theater, bij oud-Groningers bekend als gebouw van de Grunneger Sproak.
Om 10.00 uur verwelkomde Verbondsvoorzitter Johan de Rijck de deelnemers aan het Congres van het Internationaal Rederijkersverbond Hij vermeldde daarbij ook de belangrijkste beleidsbeslissingen uit de Verbondsvergadering. Het Verbond streeft naar activering en uitbreiding van het aantal Kamers. Daarbij wordt behalve aan Vlaamse en Hollandse Kamers ook gedacht aan Zeeland en misschien nog weer aan Frans Vlaanderen.
Er is wel verjonging en nieuwe dynamiek nodig. De volgende Rederijkerscongressen zullen in de komende jaren worden gehouden in Brugge (2020), Aalst, Geraardsbergen en Haarlem (2023). De bijdragen aan de Congressen zullen na tien jaar pas op de plaats worden verhoogd, heel netjes met 20 procent.
Commissaris van de Koning René Paas bleek niet in staat de officiële opening van het Congres te verrichten. Hij was voor bodemoverleg over de gasonttrekking tot hoger sferen geroepen naar den Haag.
In het openingswoord werd hij vervangen door Gronings Verbondsbestuurder Albert Hovius.
Hij sprak het gezelschap in bewogen woorden toe over de gaswinning in Oost Groningen en over de gegronde opschudding die daarvan het gevolg is.
De Academische Zitting werd ingeluid met renaissance muziek door een Strijktrio onder leiding van celliste Teodora Nedyalkova.
De eerste lezing werd gegeven door neerlandicus en rederijkerskenner Dirk Coigneau, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Gent. Onder de titel Rederijkers in en om het Antwerps Liedboek liet hij de congresgangers kennismaken met dit Schoon Liedekens Boeck uit 1544 verzameld door Jan Roulans. Het bevat 221 oude en nyeuwe liedekens om droefheyt ende melancolie te verdrijven. En nog belangrijker, hij maakte de bijdrage en betekenis duidelijk van rederijkerskamers, waarvan zich leden nog onder het gehoor in de zaal bevonden.
De zitting werd afgesloten door nogmaals een optreden van het Strijktrio.
Na deze culturele hoogtepunten kregen de congresgangers de gelegenheid tot wandelingen door de oude stad Groningen onder deskundige rederijkers leiding. Het gezelschap werd verdeeld in groepen, waarvan er twee zich concentreerden op de wandeling. De derde groep bezocht de Martinikerk en kreeg daar een inleiding en kerkconcert door organist Eeuwe Zijlstra. Het kleine aantal orgelliefhebbers kon daarna genieten van een enthousiaste uitleg aan het machtige Schnitger orgel, met bijbehorend imposant orgelspel.
Hierna lichtte Hoofdman Willy de Meyer ons voor over de opzet van het komende Congres in 2020 in Brugge. Hij illustreerde zijn lofzang op de aloude stad met een keur van de meest schitterende afbeeldingen. Komt het horen en zien.
Er is altijd een nieuwe belevenis bij de rederijkerscongressen. Landschapsschilder Jan Albert Buiskool en dichter Bauke van Halem ontdekten elkaars belangstelling voor de Groninger Ommelanden. Zij hielden het tastbaar resultaat van hun samenwerking ten doop met een bundel onder de naam Het onbekende Zijn. Bij deze vernissage werd na een korte inleiding met beeld en dicht het boekje als cadeau aan alle congresgangers uitgereikt.
Om 15.00 kon de Verbondsvoorzitter vol van woorden met hoge waardering en dank het zeer geslaagde Congres afsluiten.
Willem Veenhoven