Rederijkers congres te Brussel 1994








Internationaal Rederijkers congres te Brussel

1994

Een kleine afvaardiging van Tollens begaf zich voor het eerst na het congres bij "Moyses Bosch", weer na een internationaal rederijkers congres. Door de kaart van Brussel op de kop te houden, duurde de rit door de binnenstad langer dan gepland, maar beide auto's wisten tenslotte de Veeweydestraat, in Anderlecht, een Brussels stadsdeel, te bereiken,
Daar was: het centrum voor Amateurkunsten..Een vriendelijke ontvangst. Een te voren gereserveerd hotel bleek te ver buiten Anderlecht te liggen, nieuwe kamers reserveren in hotel van Belle.
Gezellige gesprekken 's avonds, tijdens een wortelsla-diner met de overige Nederlanders en een enkele Brusselaar, als vertier een oubollige zanger en een schrille toetsenist.
Een avondwandeling langs het Erasmushuis ( 1519 ?)
en enige kroegjes ten slotte bleek in hotel Van Belle nog de meeste cultuur, een toneelgezelschap, waarmee geborreld werd.
De volgende ochtend naar de officieële opening van het congres in het stadhuis van Brussel, op de Grote Markt. De markt biedt een illusionistische aanblik, mede door de vele bouwstellingen. De Gevels 16e eeuws, zijn duidelijk een eeuw ouder dan Amsterdam.
De raadszaal in het stadhuis, geheel van hout, met beelden en ander houtsnijwerk en veel mooie gobelins, maakte toch een iets te gave indruk en inderdaad veel, (bijna alles) dateerde uit de vorige eeuw, blijkbaar grondig gerestaureerd, Na de opening door de voorzitter van het "Verbond van kamers van Rhetorica" Leon van der Velde en en welkom door de burge meester van Brussel, een optreden van een International vocaal ensemble als muzikaal intermezzo.

Prof. Pley hield daarna de eerste van de drie redes: Over de positie van de Rederijkers in de middeleeuwse maatschappij, culminerend in de volgende zinnen: ".. dat de rederijkers het literaire leven hebben georganiseerd en vorm gegeven. Met de functie: het legitimeren van de stedelijke belangen, vaak in onderlinge wedijver met de overige steden, waarbij zo een belangrijke fase in de cultuur geschiedenis van de Nederlanden kan worden betrapt; de tot volle macht uitgegroeide burgerij voorzag zich namelijk gedurende een kleine twee eeuwen van een hecht georganiseerde literaire bedrijvigheid..."

Een tweede spreker, een leraar Nederlands uit Lens, Frans Vlaaanderen, dhr Patrick de Verrewaere, hield een wat ongeordend verhaal, (wel met inhoudelijk veel informatie, ), over het Nederlands in Frans-Vlaanderen: Rijssel ( Lille ) en omstreken, c.q. de Franse Westhoek, het huidige arrondissement Duinkerken. Sinds de Franse revolutie was het, zeker tot 1960, er op scholen : " defense de parler Flamand". De taalgrens lag in de middeleeuwen dus zuidelijker en ook daar waren veel Rederijkerskamers. Hij noemt veel bloemrijke namen en de stichtingsdata.

De derde spreker, Dr Paul de Ridder, hield een betoog over Hertog Jan I van Brabant 1267-1294. Boeiend, weinig verband houdend met de Rederijkerij, maar wel daaraan voorafgaand: Over hoe Brussel hoofstad werd en het feit, dat de de oorkondes, die werden verleend, in het Nederlandse geschreven waren.
Verder werden als tegenprestatie voor belasting heffing voor de oorlogvoering (bv. slag bij Woeringen) door de bevolking privileges geëist. Een begin van een constitutioneel systeem.
Beschreven en vastgelegd in "de Blijde incomste" van 1536(?),
"Privilegie van den Ruwaert" 1421, en het "Nieuw Regiment"1422
Wanneer de Nederlanders in opstand komen tegen Filips de II beroepen ze zich op dit "Privilegium Brabanticum".

Om 1 uur terug in het Centrum voor Amateurkunsten in de kleine toneelzaal een aperitief. Deze zaal had een vloer geheel bestaand uit beweegbare delen, op verschillende hoogte instel baar, zodat een variabel podium gevormd kan worden en er boven een volledige batterij verlichting.
Het koud buffet (i.t.t de vorige avond), was nu weer zeer verzorgd. Vele wijnen, een overvloed aan schalen. Het buffet biedt altijd de gelegenheid tot gesprekken met Belgische rederijkers, deze keer met de "Prince", erelid van 'd Iverige Jonckheyt te St Amandsberg.
Als middag programma een balletopvoering van de kunstgroep Incar met het programma "Europa" het thema van het congres was immers "Rederijkerij in het Europa van de culterele regio's" Veel: "Alle mensen werden Bruder" en dergelijke muziek, waarop gedansd werd. Een boodschap viel er niet uit te destilleren. Mooi was het wel.
Tot slot de afscheidstoespraken van het gemeentebestuur van Anderlecht, en de uitnodigings-toespraak van Brugge en van voorzitter Leon van der Velde, die ook de oorkonden uitdeelde aan kamers die een jubileum hadden gevierd en daar viel onze kamer Tollens ook onder! Frans ging dus met een mooie oorkonde naar huis. Na een afscheidsdronk, Belgisch bier, ging een ieder weer naar huis. Wij moesten dus nog enige uren rijden maar kwamen toch nog op tijd in Groningen aan om de laatste trein naar verdere bestemmingen te halen.

Jan Albert