0 Ons Camers 4e 2004






Terug naar index

Voorwoord | 21 e Rederijkers Congres te Leuven | 1e spreker | 2e spreekster | Tafelgedicht | (deel_39)_Dialogen |





WOORDJE VAN DE VOORZITTER

Beste vrienden Rederijkers,

Het 21-ste Internationaal Rederijkerscongres van 2004 te Leuven zit er op.
Iedereen die aanwezig was heeft met volle teugen kunnen genieten van dit evenement.
Gaston geeft ons een woord- en beeldverslag dat zeker en vast de realiteit weergeeft.
Wij betreuren de afwezigheid van enkele trouwe Congresgangers en hopen hen in de toekomst terug te mogen begroeten. Verder in dit nummer :
  • De tafelgedicht van Jan Spoelder tijdens het congres.
  • Mededelingen.
  • Vervolg van de Geschiedenis van de Rederijkerij.
  • Wedstrijd 2005

Dit is ook het laatste nummer van 2004.
Wij doen dan ook een warme oproep aan alle lezers om via bijgevoegde betalingsopdracht hun lidmaatschapsbijdrage voor 2005 te voldoen.
De Nederlandse vrienden vinden de betalingsco�rdinaten eveneens in dit nummer.
Gezien de recente statuutwijziging kunnen vanaf nu ook individuele personen lid worden van het verbond. Zij worden aanzien als "toetredende leden".

Emiel Francois Voorzitter.


Het 21ste Internationaal RederijkersCongres
LEUVEN, 18 en 19 september 2004

Onze Voorzitter vroeg me een verslagje te spuien over het verloop van het 21ste Internationaal Rederijkerscongres. Ik liet er enkele weken over heen gaan, niet moedwillig, maar de redenen zijn wel te zoeken in een manifest tijdsgebrek.

Dat was enerzijds.
Maar anderzijds biedt dit uitstel me dan ook de mogelijkheden het hele gebeuren van op enige afstand te bekijken en te evalueren, en dreig ik me (hopelijk) niet te verliezen in minder belangrijke details.

In feite zou ik het kortste verslag aller tijden kunnen neerpennen, door het samen te vatten in een drietal kernwoorden:
  • puike organisatie, in alle opzichten
  • aangename en ontspannende dagen
  • nauwer aangehaalde vriendschapsbanden.
Of misschien hanteer ik wel ��n alles overkoepelende zin:
"Dit Congres heeft me geen seconde ongeboeid gelaten".

U kan mij wel begrijpen indien ik expliciet niet te diep in ga op het tijdsschema.
Er werd ons immers een volledige werkmap overhandigd waarin al deze items in geuren en kleuren worden vermeld.
De maagdelijke planning werd scrupuleus gevolgd, en kreeg slechts bij de aanvang van de dialogenwedstrijd een klein spatje door het later "ten tonele" verschijnen van de mensen van OPENDOEK, die op hun beurt, zo bleek, onderweg slachtoffer waren geworden van dwarsbomende verkeersperikelen.

Het onthaal en de wedstrijd zelf, in het WAGEHUYS, waarbij uw nederige dienaar het welkomstwoord tot U mocht richten, verliepen vlekkeloos, met spontane�teit en veel enthousiasme. Doordat de Nederlandse Taalunie de subsidiekraan dichtdraaide, werd voor de organisatie van dit Congres een samenwerkingsverband gezocht en gevonden met '"OPENDOEKvzw-Amateurtheater Vlaanderen", waarvoor onze erkentelijkheid.

Negentien Kamers namen deel aan het Congres, waarvan (gelukkig!!) een forse delegatie vanwege onze Nederlandse vrienden (... en vriendinnen).

Vier Kamers schreven zich in voor de dialogenwedstrijd
Toch nog even in herinnering brengen:
  • "DE WIJNGAARD" uit Ronse
  • "DE VIOLIEREN" , Hoofdrederijkerskamer uit Antwerpen
  • " 't MARIAKRANSKE-DE WIJNGAARD", uit Brussel
  • "JHESUS METDER BALSEMBLOMME", uit Gent.

De jury bestond uit mevrouw Margreet Brons-van Calcar, de heren Marc Bober, voorzitter, en Marcel Koeken.
Na de voorstellingen trok de JURY zich terug (als dat niet voorzichtig is!) voor beraadslaging.
Bij het einde van de dialogenwedstrijd overhandigde onze
Voorzitter Emiel Francois de Taalunietrofee 2003 aan de verdienstelijke winnaar , de Kamer "DE WIJNGAARD" uit Ronse.
Tijdens de voortreffelijke lunch in de "Salons Georges", te Leuven (op wandelafstand van het Wagehuys) werd door Marcel Koeken de uitslag van de dialogenwedstrijd bekend gemaakt.
De eerste prijs ging naar de Gentse Kamer "JHESUS METDER BALSEMBLOMME", met een fragment uit "Een Geheugen van Water", in een regie van Hugo Van Laere,

Tweede prijs: de Antwerpse Hoofdrederijkerskamer "DE VIOLIEREN", met een fragment uit " De Meisjeskamer" van Geertrui Daem, in een regie van Fons Schryvers.
Derde prijs: " 't MARIAKRANSKE-DE WIJNGAARD", met een fragment uit "De Kleine Bezetting", in een regie van LUC Vierendeels,
Vierde prijs: "DE WIJNGAARD" uit Ronse , met "De Gok van Hermes", in een regie van Geert De Smytere. De laureaat en de andere deelnemende Kamers ontvingen een erediploma.
Aan de laureaat wordt tijdens het volgend congres een trofee overhandigd. Aan elke plaats was een geldprijs verbonden.
Maar onze Mechelse Marcel Koeken, Voorzitter van de Mechelse Cultuurraad. hield het niet louter bij die proclamatie.

Hem kennende vreesde ik voor een niet te stuiten waterval van grappige citaten en treffende anekdotes, maar Marcel ging in zijn zeer gewaardeerd begeleidingswoord niet alleen de grappige toer op, hij wist de aanwezigen op ludieke en unieke wijze te boeien met frappante uitspraken.

Hij verbaasde zich over de afwezigheid van een Nederlandse Kamer in deze wedstrijd, maar tijdens het Haarlems wederwoord (de volgende dag) werd beloofd terzake de alarmbel te luiden.

Marcel kon natuurlijk niet weten dat de voorbije jaren er wel degelijk Nederlandse Kamers participeerden.
In dezelfde lijn lag de vaststelling dat er (tot onze dankbaarheid) een ruime vertegenwoordiging vanuit Nederland aanwezig was op de congresdagen zelf.

Vooral zijn uitspraak "er is (tussen Nederlanders, en vooral tussen Hollanders en Belgen) meer dat ons bindt dan dat ons scheidt", werd op een welgemeend en enthousiast applaus onthaald.
Met dank. Marcel, voor uw zeer gewaardeerde bijdrage.

De zon in de lucht, de zon in ons hart, een passend tijdsschema, een heerlijke lunch in ruime en gezellige plaatsen van "de salons Georges", vrolijke gezichten van tevreden deelnemers,.... toegegeven dat hij nog moeilijk stuk kon, die eerste dag.

De avond werd afgesloten met de toneelvoorstelling "TRAMLIJN BEGEERTE" door de Koninklijke Toneelkring St. GENESIUS uit St. Niklaas, in het raam van het 68ste Koninklijk Landjuweel, in de prachtige Leuvense Stadsschouwburg.

Na die voorstelling was er mogelijkheid tot het bijwonen van de
"achterklap". Een ludieke benadering van de opvoering in aanwezigheid van regie en cast.
Hierin kon de groep zich voorstellen en kon er nagepraat worden over de productie.
Het lag echter niet in de bedoeling om als jury op te treden.
Gezien Leuven en Mechelen slechts op een goede boogscheut van elkaar gelegen zijn aan dezelfde DIJLE (een goede schutter wel te verstaan!), zijn mijn vrouw en ik 's avonds wijselijk met de laatste trein naar Mechelen gespoord, om 's anderendaags weer prompt (en fris) aan de startmeet te staan.

Zondag 19 september 2004.

Ook hier waren de weergoden in hun nopjes, een zonovergoten dag die het enthousiasme van gisteren slechts kon verstevigen.

Prachtig onthaal, in het prachtig decor van het Leuvense Stadhuis, met een ontvangst door prachtige mensen, afgewisseld met prachtige sprekers en even prachtige muzikale intermezzi door AMORROMA - Jowan Merckx-fluiten en Rheidun Schlesinger-diatonische Keltische harp.

In ��n woord..... Ja hoor!... ..prachtig!. Verfijnde koffietafel, aangeboden door het Leuvens stadsbestuur dat vertegenwoordigd was door Mevrouw Denise Vandevoort, schepen van Cultuur, sociale zaken, ontwikkelingssamenwerking en studentenaangelegenheden.

Onthaalwoord door Hoofdman Edelhard Moens van de Leuvense Kamer "DE PETERSELIEWORTEL"

De tussenteksten werden verzorgd door de heer Ren� WILLEMS, bestuurslid. En.....
De Voorzitter maakte van de aanwezigheid van Leon gebruik om de erevoorzitter voor zijn jarenlange onbaatzuchtige inzet, zijn niet aflatend opzoekwerk, zijn repertori�ringswerk van de bestaande Kamers en de steun die hij als Voorzitter betekende voor het Verbond, te huldigen.
Hij drukte de hoop uit hem nog vele jaren te mogen begroeten in ons midden en bij de activiteiten van het Verbond.
Het leverde Leon een meer dan verdiende staande ovatie op!

De eerste spreker,
de heer Prof. Dr. Bart RAMAKERS,
legde in zijn verhandeling "de Ongrijpbaarheid van de Rederijkers" de nadruk op de literaire aspecten van het toneel, als een soort literatuur die men bekijkt doorheen beeld en geluid, maar het werd duidelijk dat daarbij het sociale luik evenzeer belangrijk is.
De Kamers waren een onderdeel van de Vlaamse Beweging en kende cyclische periodes van bloei en van verval.
Hij bleef stil staan bij periodes van overdreven aandacht voor vormaspecten, hoog stijl- en spelgehalte met respect voor "de regels van het spel". Hij traceerde de link naar een nieuwe vorm van moderne dichtkunst inspelend op (bijvoorbeeld) een pijnlijk wereldgebeuren, zoals daar was op "de llde SEPTEMBER in de USA".
In die context is de literatuurbeoefening niet meer exclusief, geen monopolie meer van een bevoorrechte groep, maar ligt het in het bereik van iedereen, en iedereen doet mee.
De "Rederijkerij", beantwoordend aan zekere maatschappij noden, met als voorname voorwaarde dat het verstaanbaar is. Cfr de klassieke retorica , waarin de oude vormen de basis vormden van die verstaanbaarheid.

Op die wijze wordt literatuur "gemaakt", zonder pretentie, volgens regels, niet met gevoel, niet met het innerlijke persoonlijke zielenbeeld van de dichter.
Het gedicht wordt dan "constructie"; het is als het ware een machinaal product dat zelfs aan een gedichten PC zou kunnen worden toevertrouwd.
Tenslotte sprak de heer RAMAKERS over de veelzijdigheid van de Rederijkerij, in de verbondenheid met DE STAD, DE PERSOON, DE PERIODE, DE REGIO. DE SOCIALE EN POLITIEKE CONTEXT.

De tweede spreker (spreekster).
Mevrouw Dr. Anne-Laure VAN BRUAENE,
onderhield ons over "De Brabantse Rederijkerscultuur",
Zij legde het accent op de onderliggende redenen van ont- en bestaan van"het Landjuweel".
Het gevoel voor spektakel, straatvermaak, vuurwerk.
Zij beschreef het Landjuweel van 1561, waaraan meer dan 1000 personen deelnamen, 200 wagens.

Hoe kon destijds een dergelijk evenement zo'n impact hebben op de stedelijke cultuur?
Verband en conflicten met de plaatselijke Schuttersgilde.
Een Schepen als Hoofdman van de Kamer.
Geen vrouwen toegelaten. (Cfr mevrouw Anna Beyns)

In zijn slotwoord bedankte Voorzitter Emiel Francois nogmaals allen die zich voor het welslagen van deze organisatie hadden ingezet en niet in het minst het Leuvens Stadsbestuur voor de puike ontvangst.
Hij zette de Nederlandse delegatie nogmaals in de spreekwoordelijke bloemetjes.
Hij overhandigde een gedenkboek aan Mevrouw Vandevoort , als blijk van dank voor de zeer gewaardeerde medewerking van de stad.
Mevrouw Vandevoort stelde dat zij dank zij dit congres iets meer vernam over de rederijkerij en nodigde uit tot de receptie ten stadhuize

Deze receptie aangeboden door het Stadsbestuur Leuven, vormde de kroon op de voormiddag.

Voor het middagmaal ging het weer al wandelend naar de salons Georges.
Traditioneel kreeg de statutaire vergadering een plaatsje in het namiddagprogramma.
Naast het goedkeuren van noodzakelijke wijzigingen in de statuten, werd door de Voorzitter nog medegedeeld dat Leon Van develde, enige tijd geleden om gezondheidsredenen als Bestuurslid zijn ontslag indiende.
Het ga je goed Leon, we zullen je niet vergeten.
Scheiden is steeds een beetje lijden, dat ondervonden we op dat ogenblik.

De stadswandeling was bedoeld om in vriendschap de oude Stad Leuven beter te leren kennen.
Ik had er graag aan deelgenomen, want ik ken Leuven niet zo goed; maar "andere plichten" riepen mij.
Met spijt in het hart zijn mijn vrouw en ik terug naar Mechelen afgereisd.

Maar ik kan er gerust van uitgaan dat ook die Stadswandeling �n de daaropvolgende afscheidsdrink in de lokalen van de RederijkersKamer "De Peterseliewortel", slechts positieve reacties hebben nagelaten.
Uiteraard kan ik slechts de verbloemingen uit mijn voorwoord herhalen :
Beste Rederijkersvrienden en dito vriendinnen, HET WAS... AF, nietwaar?
Met een applaus voor de organisatoren, waaronder we zeker onze
Voorzitter Emiel Francois en Nicole Gits niet mogen vergeten, de manusjes-van-alles, duiveltjes-doen-al, wiens begeestering zich als een (goedaardig) virus onder de leden verspreidt.
Daartegen is geen anti-virus programma opgewassen!

Beste Rederijkers,
Er kondigen zich nieuwe initiatieven aan in het verbondsbestuur.
Verjongingen zijn aan de orde van de dag.
Het eventueel zoeken naar "een andere" formule van het jaarlijks Congres, het betrekken bij de organisatie van de Congressen van andere partijen is misschien een doelstelling, het opentrekken en belangstelling opwekken voor de "buitenwereld".
Een Congres, beste vrienden, biedt talloze mogelijkheden van bezinning, laat de kans zich in vraag te stellen, eerlijke alternatieven te zoeken, de mogelijkheden te onderzoeken om de "onverbiddelijke vergrijzing" op te vangen, de transparantie te bevorderen van onze vereniging en het wezen van de Rederijkerij ten opzichte van de "vaak onwetende of niet ge�nteresseerde" buitenwereld.

Waar een wil is, is een weg, nietwaar?
Dat werd tijdens dit laatste fantastisch Congres toch nog maar eens bewezen.
Of heb ik het mis?

Gaston KUYCKX


Tafelgedicht van Dr. Jan Spoelder, oud-Factor van de rederijkerskamer 'Trou Moet Blycken' te Haarlem,

gehouden tijdens het Rederijkerscongres te Leuven op 18 en 19 september 2004.

Trou Moet Blycken wil zich gaarne presenteren,
Vanuit Haarlem maakten wij de verre reis.
Ge�mancipeerd, dus niet louter Heeren,
Onze aanwezige Dames zijn het levend bewijs.

Trou's kracht ligt niet in het acteren,
Dichten, dat is ons dagelijks werk.
Op de planken zag u ons niet verkeren,
Maar voor Catharina maken wij ons altoos sterk.

Hier in Leuven willen wij haar eren,
Op dit aan het Woord gewijd congres.
Moge zij �ns, Rederijkers, blijven inspireren:
Catharina, gij zijt ons aller minnares!

Emiel, Gaston, en Gij, Peterselieworteltelgen,
Organisatoren van dit 'consttonend' Landjuweel,
Ons gastvrij onthalend in het land der Belgen,
Valle onze grote dank ten deel.

Leuven heeft een traditie hoog te houden,
Het Woord geniet eeuwen hier al grote faam.
Leuven, U noem ik summa cum laude,
U kende schrijvers van grote naam.

Erasmus wil ik hier als eerste noemen,
Die grote, in Rotterdam geboren humanist.
Ook u mag zich op hem beroemen,
Zijn sporen zijn hier nimmer uitgewist.

Aan een gevel staat zijn naam te prijken,
Fel gekleurd in helder neonlicht.
Een rijschool is met zijn eer gaan strijken,
Een grote klap in mijn klassiek gezicht!

In het Latijn placht hij zich uit te drukken,
Dat spreken wij, helaas, niet meer allemaal.
Maar in het Vlaams slaat Gij ons met stukken,
Zie uw hoge scores bij 'Tien voor Taal'.

In Leuven heeft het Woord ook moeten lijden,
Ten prooi aan het brute oorlogsgeweld.
Uw bibliotheek doorstond tweemaal heilloze tijden,
Catharina zag het alles, gepijnigd en gekweld.

Negentig jaren is het alweer geleden.
De Grote Oorlog was net ontbrand.
Verwoest werd door vijandelijkheden,
Wat ooit gedicht was door Rederijkershand.

Het interbellum zag het renoveren
Van al uw kostbaar boekbezit.
Ook dit verdween door het bombarderen,
't Was mei van veertig: ��n welgemikte 'hit'.

Het Woord kent goede maar ook slechte tijden,
Zo is nu eenmaal ook des Rederijkers lot.
Wat zij ooit speelden, zongen en zeiden,
Heeft soms een allerdroevigst slot.

Maar laat ik nu niet langer treuren,
Over al dit soort vergankelijkheid.
Dit weekend zagen wij veel moois gebeuren,
Dat de Leuvense Kamer ons heeft bereid.

Tot slot vermeld ik Marcel Cocken,
U als jurylid van gisteren welbekend.
Hij wist ons uit de tent te lokken:
Volgend jaar is Trou op het toneel present!

Nu nood ik allen snel het glas te heffen,
Op Catharina brengen wij een toast.
Maar ook een heildronk op �ns samentreffen.
Kort maar bondig zeg ik: proost!

J. Spoelder


DE GESCHIEDENIS VAN DE REDERIJKERIJ

(deel 39)

Dialogen | Tafelspelen | Lutherse tafelspelen | Sotten_en_narren | Kwakzalvers | Man versus vrouw | Bruiloftsspelen

Dialogen (of samenspraken)

De term tafelspel en 'samenspraak' worden vaak met elkaar in verband gebracht, en soms ten onrechte als synoniem gebruikt.
Dialogen vinden we heel vaak terug in de strijdspelen. Het is een uiteenzetting in gespreksvorm, waarin een ernstig onderwerp volgens een samenhangende gedachtewisseling afgehandeld wordt.
Ook bij het tafelspel in dialoogvorm krijgen we steeds hetzelfde proc�d� te zien. De beide personages hebben een dispuut, en op het einde van de discussie kunnen ze zich ofwel verzoenen, ofwel komen ze niet tot eensgezindheid, of laten ze het uiteindelijke oordeel over aan het publiek, hoewel deze echter doorgaans niet betrokken worden bij het gesprek zelf. De gesprekken verlopen immers enkel tussen de dialoogsprekers onderling. De winnende partij heeft meestal ook het laatste woord. De opbouw geschiedt ook hier via het vraag-antwoord-proc�d�, wat in de klassieke oudheid reeds gold als de ideale wijze om een dialoog te laten verlopen.
Bij de dialoog heeft het gesprek een zelfstandige, centrale betekenis waardoor het handeling en enscenering kan missen. Ze behandelt steeds ��n onderwerp waarover de personages discuteren. In de strijdspelen die ons bekend zijn, staan onder meer vertroosting en bekering centraal. Er is actie en reactie, woord en wederwoord, daad en wederdaad, zodanig dat het wederzijds handelen en spreken in elkaar haakt en verweven wordt, zonder echt tot een uniform samen handelen te versmelten.

Naast de talrijke man-vrouw-dialogen, beschikken we over enkele moeder-dochter-gesprekken. Hierin krijgt de moeder, als vertegenwoordigster van het ouderlijke gezag er de ondankbare rol van de verontruste ouder toebedeeld, die haar minzieke of trouwlustige dochter tracht af te koelen en af te schrikken, of die een ontmoeting met een minnaar wil verhinderen. De taak van de moeder bestaat er dan ook uit het huwelijk voor de dochter mogelijk te maken, of moet daar althans haar toelating voor geven. Deze vindt echter dat haar dochter nog te jong of te klein is.

DE TAFELSPELEN

E�n van de minder gekende rederijkergenres is het tafelspel, ondanks het feit dat het bij de 16 eeuwse rederijkers meer dan geliefd is en ze er regelmatig gebruik van gemaakt hebben. In de vorige bijdrage zijn we blijven stilstaan bij het ontstaan ervan, hoe de 16dc eeuwse rederijker tegenover dit genre heeft gestaan, en hebben we de kenmerken en het verloop van de tafelspelen besproken, net zoals de beperkingen van het genre alsook de talrijke gelegenheden waarop een tafelspel opgevoerd is. In deze aflevering van de Geschiedenis van de Rederijkerij, blijven we nogmaals bij het tafelspel stilstaan, en behandelen een greep uit het ruime aanbod van 16dc eeuwse tafelspelen per categorie waarin ze thuishoren.
Driekoningenavond
  • "Een tafelspeelken van twee personagi�n: Ghewonelicke Vruecht en Alwarich Voortstel, om up der Drij Conijnghen Avond te spelen." (97 verzen)
    E�n van de oudste overgeleverde tafelspelen. Het is een slechte en dure tijd. Na enig heen-en-weer gepraat en een snaakse begroeting, komt het tweetal de koning hun geschenken brengen. Hij krijgt als present een "maecht", een "coninghinne voor de koning", namelijk een mispel, omdat die het best gelijkt op zijn gekroonde hoofd. Op de mispel zit immers een kroon met vijf "tacken", vijf koninklijke deugden, waarvan een de 'macht' voorstelt, uit te spreken als "maecht". De eigenschappen van de mispel worden allegorisch uitgelegd.
Lutherse tafelspelen
  • "Een schoon Tafelspel van drie Personagien, te weten een Prochiaen, een Coster en een Wever"
    Dit sterk luthers gekleurde tafelspel werd tussen 1538 en 1540 geschreven in Gelderland, en voor de eerste maal gedrukt in 1565. Het is eigenlijk meer een gedramatiseerd pamflet dan een toneelstuk. De auteur was wellicht geen Gelderlander, want de taal is overduidelijk Brabants. Wellicht was hij een Brabantse banneling. Het is ��n van de weinige tafelspelen dat voorafgegaan wordt door een proloog. Deze proloog is echter bedoeld om op voorhand de critici de mond te snoeren.
    De intrige is bedrieglijk eenvoudig. De "prochiaen", bijgestaan door de "coster", meent de wever, een vurig overtuigd lutheraan, gemakkelijk van zijn dwalingen te kunnen overtuigen. De "wever" verslaat hen echter op alle aangebrachte punten. Hij weerlegt ordelijk de vijftien beschuldigingen aan het adres van de "lutherie ". De "coster" zegt onder meer over de burgerij, dat zij 's zondags en op de heiligendagen beter een pot zouden drinken en elkaar de historie van de vier heemskinderen vertellen, in plaats van zich met theologische vraagstukken te bemoeien. De "wever" is het daar echter niet mee eens. Ook wat de andere beschuldigingen betreft, spreekt de wever zo welbespraakt en overtuigend, dat de "coster" zijn oorspronkelijke bondgenoot in de steek laat en de kant van de "wever" kiest. Deze vraagt immers aan de eenvoudige "wever": "Vrient, wat sol ie doen dat ie mach salich wesen? "
    Waarop het antwoord luidt: "Int sweet dijns aensichts sult ghij eten u broot". Hij gaat dus met de '"wever" mee om zijn ambacht te leren.

  • "Van de Letter en de Geest" (278 verzen)
    In aansluiting met de schriftuurwoorden: "de letter doodt, maar de geest maakt levend', wordt gedisputeerd om de voorrang van de dingen. "De Letter" zal de aanwezigen ten slotte "een schoon present schencken ". Maar, dit blijkt, ook tot zijn eigen verbazing, "een lantaerne zonder licht" te zijn, terwijl "de Geest" als zijn geschenk een lantaarn aanbiedt, die inwendig verlicht en zonder dewelke het licht van "de Letter" de duisternis is. Het spel eindigt met de spreuk "Aensiet de liefde ", de spreuk van de Vlaardingse kamer 'den Akerboom'.

  • "Tafelspel van Onlytsaemheyt ende Broederlicke Onderwijs "
    Hierin wordt betoogd, dat wie gelooft, moet erkennen dat alle lijden van God komt, van de Vader, die zijn zoon kastijdt, omdat hij hen liefheeft. Het stukje kan afkomstig zijn van de Goudse kamer 'De Goudsbloem'.

  • "Waerachtighe nieuwe tijdinghe van een Boer die met crancheyt bevaen hem heeft ghebiecht teghen sijnen Prochiaen "
    Dit is een antikatholiek pamflet in dialoogvorm. Misschien moeten we dit spel echter niet tot de tafelspelen rekenen. De inhoud is in elk geval fel ketters getint.

  • "Tafelspel van de werreltsche gheleerde ende Godlicke wyse"
    Dit spel fulmineert zo ongeveer tegen alle Rooms-katholieke dogma's en misbruiken, en pleit even sterk voor reformatorische opvattingen.

  • "Tafelspel van de Menichfuldicheit des Bedrochs des werelt".
    Een eveneens sterk anti-katholiek tafelspel.
"Sotten" en narren
  • "Twee-spraeke Van den ouden ende langhen Aernout" (279 verzen)
    Het handelt over een examen dat de lange Aernout bij zijn meester ondergaat. Het geeft een overzicht van de wereldwijsheid der zotten en daarbij een heleboel schimpscheuten op de toenmalige maatschappelijke zeden.

  • "Tafelspel van drie Sotten "
    Hierin treedt een "gheestelycke sot" (= een priester) op en wordt er over de H. Mis gesproken als een "sotte sacrafycije". Het is opgevoerd te Brussel door 'Het Boeck' op 24 oktober 1559. Later duiken er, getuige afgedrukte verhoren, problemen op. De aanleiding van het tafelspel blijkt duidelijk uit de verhoren. Het is namelijk 's avonds opgevoerd "jnde bruyloft (...) van Jan de fuytere contrerolleur vanden wercke van zynder majesteit (...) over tafel (..,)". Gerechtelijke gevolgen zijn dan ook niet uitgebleven. In de proloog wordt onder meer verwezen naar een plakkaat uitgevoerd tegen de rederijkers. De kritiek op de geestelijkheid was omstreeks 1559 zo gevaarlijk geworden, dat het als ketters of 'schandaleus' beschouwd wordt. (Het maakt dan ook deel uit van die andere Brusselse 'schandaleuze spelen').

  • "Tafelspel vant twee Sotten "
    Opgevoerd door het Brusselse "Mariencranscken" op 29 september 1559. Het is geschreven door Franchois van Ballaer, factor van de kamer. "Den gheboren sot" en "den ghemaecten sot" zijn de twee zotten van dienst. Het tafelspel gaat over speciale stenen, die op het einde "hosti�n" (= hosties) blijken te zijn, en waarmee dus gedurende het ganse spel de spot gedreven wordt.
    Ook dit tafelspel blijkt achteraf problemen veroorzaakt te hebben, wat blijkt uit de verhoren van de vertolkers die volgen op de opvoering van het spel. Hier vernemen we dat "den seinen crans jaerlijcken op sinte Machiels dach een spel aende tafel daer de heeren vergadert zyn spelen''. Dat het tafelspel door twee zotten opgevoerd is, ligt voor de hand, vermits het zottenfeest te Brussel precies die dag gehouden is.
Kwakzalvers
  • "Tafelspel van Meester Kackador�s ende een doof wyf met ayeren "
    Het is in 1596 gedrukt in Amsterdam. Een herdruk volgt in 1654. Het kan beschouwd worden als de tegenhanger van de middeleeuwse "duyte" "Den Buskenblazer'. Hier is het echter een dove, oude vrouw die eieren naar de markt brengt. Om haar man te behagen, wil ze weer jong en mooi worden, en dit ten koste van haar spaarcentjes. Meester Kackadoris, de kwakzalver, belooft haar van bruin opnieuw blank te zullen maken. Hiervoor hoeft ze enkel in een busje te blazen. De kwakzalver wrijft echter haar gezicht met een sterk bijtend poeder in, waardoor ze nog lelijker wordt dan zij al was. In de waan verkerend weer jong en mooi te zijn, neemt zij van Meester Kackadoris afscheid.

  • "Tafelspel van een Kwakzalver en een Boer"
Tafelspelen ter gelegenheid van Vastenavond.
  • "Een Boeren Vasten-avondspel" (159 verzen)
    Voor zij samen hun vastenavondbier gaan drinken, snijden Hanneken Rane en Hans Meyer tegen elkaar op, over de vele boerenlisten die zij hebben aangewend om de stedelingen te bedriegen. Dit tafelspel is wellicht in het midden van de 16de eeuw letterlijk vertaald uit het Nederduits.

  • "Tafelspel van de Vasten en Vastenavond" (295 verzen)
    Dit tafelspel valt onder de strijdspelen en handelt over de toelaatbaarheid van de vastenavondvieringen. "De Vasten", die als eerste verschijnt met een rondeeltje, treedt hier op tegen de ratelende "Vastenavond" met allerlei argumenten tegen het volgens hem rumoerige feest. Het feest wordt door "Vastenavond" vermakelijk en niet onverdienstelijk verdedigd. Hierop biedt hij de aanwezigen zijn geschenk aan dat bestaat uit "wafelen en pannekoecken ". "De Vasten" kan enkel zijn "advys" aanbieden, dit is de raad om het vlees te kruisigen door het op te nemen van " 't Cruys Christi". In dit werkje spreekt "de Vasten" plechtig en gedragen, "Vastenavond" daarentegen prettig en levendig.

  • "Van de Wyncan ende die pispot"
    Opnieuw een vastenavond-woordenstrijd, deze keer tussen een wijnkan en een pispot, die zich elk op hun wederzijdse verdiensten beroemen. Beiden ontbreken immers nooit op ommegangen, kermissen en "coninxfeesten".
Man versus vrouw
  • "Tafel-speelken van een droncken man ende zijn wijf" (212 verzen)
    De verdere titel geeft duidelijk de inhoud weer: "hoe hem twijf dwinght de lantaren te dragen ende de man om zijn wederspannicheyt wille, dat hij se niet dragen wil, van 't wijf wel dapper geslaghen wort, also dat hij se ten lesten draegt ende zijn wijf gehoorsaem wesen moet". De beide echtlieden zijn te gast geweest bij nicht Fokel en willen 's avonds met de lantaarn naar huis gaan. "Draeg de lantaern, man, " zegt zij. Waarop de man: "Lanteernen te draghen, is vrouwen werck. " Het grappige van dit spelletje bestaat vooral uit de discussie tussen de echtgenoten om de lantaarn, die op de grond staat te branden, maar die geen van beiden in de hand wil nemen. Uit dat geschil volgen twist, hoge woorden en een kloppartij. Als het van woorden tot daden gekomen is, neemt de man de lantaarn en gaat mopperend voorop, omdat hij voor zijn vrouw moet onderdoen, vermits hij te dronken blijkt te zijn om zich te verweren. Hij wordt gevolgd door zijn triomferende wederhelft. Als teken van zijn onderwerping heeft hij bovendien eerst haar duim moeten kussen. Voor dat soort mannen is dan ook de les waarmee het spel eindigt, bestemd: "Ghy mannen fujn, soo ghy wilt zijn in rust en vrede, soo geeft u wijf de broeck aent lijf, en 't wambeys mede ".

  • "Een gheneuchelijck spelken van twee persoenen den Man ende dal Wijf'
Bruiloftsspelen
  • "'t Spel van Boerdelick Wesen, Droncken Tenoer en Jonstige Minne"
    In het midden van de 16de eeuw schrijft Lambert Dirrixz de Vult een bruiloftsspel. Een zot, "genaemt Boerdelick Wesen, met een marot in sijn hant luysterende " en "Droncken Tenoer, een man wilder dan wilt gecleet", kondigen de bruidegom aan dat hij voortaan hun gezelschap zal moeten mijden. Hij moet aan alle oneerbaarheid verzaken, zoals dobbelen, spelen, drinken, omgang met "Venus Dierkens". Een "lustige vrou", "Jonstige Minne" genaamd, houdt hem Gods spiegel voor en zegt, dat hij zijn vrouw moet eren. Hij moet van nu af aan een eerzame huisvader worden. Op het einde brengt de zot zijn huwelijksgeschenk: "een kindeken inder wiegen".

  • "Een nieuwe vermakelijck Bruyloftsspel van drije peroonen te weten: Jongeling, Wulps Leven en Reden"
    Hierin pleit "Reden" voor en "Wulps Leven" tegen het huwelijk. Het ligt voor de hand dat "Reden" het pleit wint, anders is er uiteraard geen huwelijk.

  • "Tafelspel van Metteken Bouwens en Slimmen Diel"
    Vermoedelijk geschreven door William Van Haecht. De aanleiding tot het schrijven van dit stukje was wellicht een bruiloftsfeest dat te Schelle bij Antwerpen rond 28 juli 1584 gevierd is.. (wordt vervolgd)

Jan Rooms ( overgenomen uit Balsemblomme-Info jrg 21, n�4)